Hoofdstuk 5 - Voor- en vroegschoolse educatie

Met de invoering van de wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) in 2010 is de gemeente verantwoordelijk voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Het is onze verantwoordelijkheid zorg te dragen voor een dekkend en kwalitatief goed aanbod van voorschoolse educatie voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een taalachterstand. De organisatie van vroegschoolse educatie voor kinderen van 4 tot 7 jaar is bij het onderwijs belegd. Het doel van voor- en vroegschoolse educatie is het voorkomen, vroegtijdig signaleren en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. Vve is bedoeld voor jonge kinderen die onvoldoende zijn toegerust voor een soepele instroom in het basisonderwijs, waardoor ze grote kans lopen om achterop te raken.

Uit landelijk onderzoek blijkt dat vve zinvol is!
Vve-kinderen gaan bij het krijgen van voorschoolse educatie significant meer vooruit:

  • Vve-kinderen krijgen opvang en educatie van betere kwaliteit.
  • Op het gebied van woordenschat blijkt dat de achterstand gemiddeld voor de helft tot 2/3 is ingelopen.
  • De inhaalslag bij kinderen met een niet-Westerse achtergrond is het grootst.

Daarbij is het een pré dat:

  • Er wordt gewerkt met een vve-methode.
  • Fantasiespel wordt bevorderd en verrijkt.
  • Er veel professionalisering is op de werkvloer, met name coaching.
  • Een meerderheid van de groep bestaat uit vve-kinderen.

Ook de vroegschoolse educatie heeft positieve effecten, mits er een goed aanbod van hoge kwaliteit is. Dit blijkt landelijk gezien en gemiddeld genomen niet zo te zijn, waardoor de effecten minder groot zijn. De oorzaak hiervan ligt o.a. bij de bezuinigingen op het onderwijs. De kwaliteit van de vroegscholen wordt niet beter als er meer vve-kinderen in een groep zitten of er een vve-programma wordt uitgevoerd.

De uitkomsten van de landelijke onderzoeken zijn meegenomen in de uitvoering van de vve in de IJsselsteinse praktijk.