Hoofdstuk 4 - Peuteropvang

Peuters leren razendsnel! Het is daarom belangrijk dat alle peuters, ongeacht hun achtergrond, de kinderopvang kunnen bezoeken. Ouders die niet beiden werken, komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming van de Belastingdienst voor de kinderopvangkosten. Om te stimuleren dat ook deze peuters naar de kinderopvang gaan, heeft de gemeente IJsselstein een subsidieregeling voor de opvang van deze groep peuters vastgesteld. Het is een onmisbare schakel binnen het systeem met als doel gelijke kansen voor alle kinderen.

4.1 Een zo groot mogelijk bereik van kinderen en ouders

Alle peuters moeten een kinderdagverblijf kunnen bezoeken. Dit is inmiddels gerealiseerd. Werkende ouders of eenoudergezinnen waarin de betreffende ouder werkt, kunnen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Gezinnen waarin één van de ouders of beide ouders niet werken kunnen aanspraak maken op peuteropvangtoeslag van de gemeente. Vanaf 1 mei 2017 kunnen ouders van een peuter hiervan gebruik maken.

De toeslag wordt toegekend als aan de volgende eisen wordt voldaan:

  • Het kind moet tussen de 2,5 en 4 jaar oud zijn.
  • Zowel de ouder(s) als de kinderen wonen en staan ingeschreven in IJsselstein.
  • De peuter bezoekt 6 of 8 uren per week, verdeeld over twee dagdelen, de peuteropvang.
  • Er een overeenkomst bestaat met een kinderopvangorganisatie, die opgenomen is in het gemeentelijk register.
  • De ouder(s) kunnen niet in aanmerking komen voor Rijkstoeslag kinderopvang.
  • De peuter valt niet onder de criteria voor voorschoolse educatie. Op deze doelgroep zijn de vve-criteria van toepassing.

De gemeente krijgt in ieder geval tot en met 2021 Rijksmiddelen om deze regeling uit te voeren. Zolang deze middelen hiervoor beschikbaar worden gesteld, zal de peuteropvangsubsidieregeling (ongewijzigd) blijven bestaan.

In 2017 heeft de Rijksoverheid onderzoek laten doen naar het non-bereik onder peuters, oftewel het aantal peuters dat niet naar de kinderopvang gaat. Landelijk lag dit aantal op 15%. In de gemeente IJsselstein was dit 19%. Hiervan gaat 16% van de peuters niet naar een kinderopvang, terwijl de ouders in aanmerking kunnen komen voor Kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. De overige 3% zijn kinderen waarvan de ouders gebruik kunnen maken van peuteropvangtoeslag. Dit klopt met onze gegevens. Ruim 3% van de peuters maakt inmiddels aanspraak op peuteropvangtoeslag. Wij verwachten daarom dat het non-bereik is afgenomen en nu rond 16% ligt en met name zit bij ouders van een peuter die recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar hiervan geen gebruik maken. Dit is met de JGZ (GGD) besproken. Zij zullen hier bij de consulten meer aandacht voor hebben en ouders attenderen op de regeling en de voordelen van de kinderopvang voor de ontwikkeling van hun peuter.