Hoofdstuk 3

De gemeente IJsselstein juicht kinderopvang voor haar peuters toe. Niet alleen omdat het voor kinderen leuk is om met leeftijdgenootjes te spelen, maar ook omdat de kinderopvang een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de peuter, zodat ieder kind meer gelijkwaardige kansen krijgt op een goede start op de basisschool. Afhankelijk van de situatie van de ouders en de achtergrond van het kind, kan er een tegemoetkoming worden aangevraagd voor de kosten van de kinderopvang.

Indien beide ouders werken, dan komt men in aanmerking voor kinderopvangtoeslag; deze regeling wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. Als een van beide ouders werkt, of beide ouders niet werken, dan loopt de tegemoetkoming via de peuteropvangsubsidieregeling van de gemeente IJsselstein. Deze regeling is in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. En voor kinderen met een achterstand is er vve, of de puzzelgroep indien het kind meer aandacht nodig heeft. Deze regelingen komen in hoofdstuk 5 aan bod.  Alle kinderen, ongeacht de regeling van waaruit de financiering loopt, kunnen bij elkaar komen op hetzelfde kinderdagverblijf. Alleen de groepen van Pulse zijn enkel bestemd voor vve-kinderen. En niet alle kinderdagverblijven hebben vve-groepen. Bovenstaande is het gevolg van de harmonisatie; alle kinderopvangcentra vallen onder dezelfde regels van de Wet kinderopvang.

3.1 Kwaliteit in de kinderopvang

Wet kinderopvang

De kinderopvang heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen, indien de kinderopvang van goede kwaliteit is. Reden om de pedagogische kwaliteit van de opvang voortdurend te versterken. De Wet kinderopvang regelt de kwaliteit, de financiering en het toezicht op de kinderopvang. Verantwoorde kinderopvang is opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.

Nieuw kwaliteitskader ‘Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang’

In de Wet kinderopvang zijn als gevolg van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) kwaliteitseisen gewijzigd. Een groot gedeelte van die kwaliteitseisen is nader uitgewerkt in het Besluit kwaliteit kinderopvang en/of Regeling Wet kinderopvang. De wijzigingen komen voort uit het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang dat minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Brancheorganisatie Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland, BOinK, de FNV Zorg en Welzijn en het CNV Zorg en Welzijn in 2016 sloten. Op een later moment heeft ook de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang zich achter het akkoord geschaard.

De Wet IKK is op 1 januari 2018 in werking getreden. Met herijking van de kwaliteitseisen voor de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang beoogt het Rijk dat er meer gerichte aandacht moet komen voor de ontwikkeling van kinderen. Er moet meer ingespeeld worden op de behoeften van kinderen, die per ontwikkelingsfase verschillen.

Het nieuwe kwaliteitskader wordt gestut door vier pijlers.

  1. De belangen van het kind staan centraal; het waarborgen van een pedagogische praktijk waar kinderen zich in een veilige en vertrouwde omgeving kunnen ontwikkelen.
  2. De kinderopvang is veilig en gezond.
  3. De kinderopvang biedt stabiliteit en pedagogisch maatwerk. Een stabiele en daarmee veilige omgeving is een voorwaarde voor ontwikkeling. Door maatwerk kunnen ondernemer, medewerker en oudercommissie innoveren en de pedagogische kwaliteit en wensen en behoeften van kinderen en hun ouders centraal stellen. Ook peuters die voorlopen krijgen een passend aanbod, zodat zij ook geprikkeld worden en gemotiveerd blijven.
  4. Werken in de kinderopvang is een vak. Er worden hogere eisen aan de professionaliteit van medewerkers gesteld, omdat zij en de kinderen dat verdienen. Er is doorlopend aandacht voor de ontwikkeling van de vaardigheden van beroepskrachten.

Een aantal maatregelen van de Wet IKK gaan per 2019 of later in. We beperken ons tot de maatregelen die betrekking hebben op het kinderdagverblijf (0-4 jaar).

Per 2019 gaan de volgende wijzigingen in:

  • Het maximaal aantal baby’s van 0 jaar per pedagogisch medewerker gaat omlaag. Deze gaat van 1 pedagogisch medewerker op 4 nuljarigen naar 1 pedagogisch medewerker op 3 nuljarigen. De pedagogisch medewerker heeft hierdoor meer tijd en aandacht voor kinderen in het eerste levensjaar. Dat heeft invloed op de groepssamenstelling en de maximale groepsgrootte van groepen waar nuljarigen in zitten. Dat geldt voor zowel babygroepen als groepen waar naast baby’s ook oudere kinderen in zitten. Bijlage 1 onderdeel a bij het Besluit kwaliteit kinderopvang.
  • Voortaan coacht een pedagogisch beleidsmedewerker de pedagogisch medewerkers bij de dagelijkse werkzaamheden. Iedere pedagogisch medewerker wordt jaarlijks gecoacht. Per fulltime formatieplaats wordt minimaal 10 uur coaching per jaar berekend. De verdeling van het totaal aantal uren over de medewerkers is maatwerk. Daarnaast houdt de pedagogisch beleidsmedewerker zich ook bezig met de ontwikkeling van pedagogisch beleid. Per kindercentrum wordt minimaal 50 uur per jaar berekend. De verdeling van het totaal aantal uren over de kindercentra is maatwerk. Besluit kwaliteit kinderopvang, art. 7 lid 10, art. 8, art. 16 lid 9 en art. 17.

Per 2023 gaan de volgende wijzigingen in:

  • Pedagogisch medewerkers moeten minimaal niveau 3F of B2 voor mondelinge taalvaardigheid hebben. Hiervoor wordt een ingroeimodel gehanteerd tot 1 januari 2023. Voor deze ruime invoeringstermijn is gekozen zodat kinderopvangondernemers voldoende tijd hebben om alle pedagogisch medewerkers te toetsen en eventueel scholing te bieden. Ook hebben opleidingen voor de kinderopvang met de invoeringstermijn de gelegenheid om het hogere taalniveau te verweven in de opleidingsstructuur. Ook invalkrachten en pedagogisch medewerkers op tijdelijke basis moeten aan deze kwalificatie-eis voldoen. Regeling Wko, art. 7 lid 3.
  • Alle pedagogisch medewerkers die met baby’s werken worden specifiek geschoold. Pedagogisch medewerkers hoeven nog niet per 1 januari 2018 specifiek geschoold te zijn voor het werken met baby’s, maar vanaf dat moment wordt er wel in geïnvesteerd. Er geldt een ingroeiperiode van vijf jaar. Ook invalkrachten en pedagogisch medewerkers op tijdelijke basis die op babygroepen werken, moeten per 1 januari 2023 aan deze kwalificatie-eis voldoen. Regeling Wko, art. 7 lid 1, cao Kinderopvang en cao Sociaal Werk.

Handhaving kwaliteit kinderopvang

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor handhaving van de kwaliteitseisen die aan de kinderopvang gesteld worden. De GGD-kinderopvanginspectie houdt in opdracht van de gemeente toezicht op de locaties. De volgende zaken worden onder meer gecontroleerd:

  • groepsgrootte en het aantal kinderen per pedagogisch medewerker;
  • opleiding pedagogisch medewerkers;
  • veiligheid en gezondheid van de kinderen;
  • huisvesting en inrichting;
  • pedagogisch beleid;
  • pedagogische praktijk;
  • ouderbetrokkenheid en –participatie;
  • omgangstaal;
  • klachtenregeling.

Daarnaast houdt de GGD toezicht op de basisvoorwaarden vve. De GGD brengt hierover, net als over de andere domeinen, een oordeel uit en rapporteert hierover in hun inspectierapport. Dit rapport wordt naar de gemeente verzonden en openbaar gemaakt.

De gemeente kan handhavend optreden als blijkt dat niet voldaan wordt aan de gestelde eisen. In het handhavingsbeleid staat vermeld welke sanctie opgelegd kan worden. Het handhavingsbeleid Kinderopvang van de gemeente IJsselstein is in november 2017 geactualiseerd en sluit aan bij de nieuwe wet- en regelgeving vanaf 2018. Jaarlijks wordt er van onze handhavingsactiviteiten in de kinderopvang verslag gedaan. De Rijksoverheid waardeert onze gemeente al jarenlang als een status A gemeente; hetgeen betekent dat wij onze handhavingsactiviteiten op orde hebben.