Hoofdstuk 1 - inleiding

Inleiding

In de gemeente IJsselstein wonen 518 peuters (2,5 – 4 jaar) en 1.085 jonge schoolkinderen (4-7 jaar).

We zetten in op een optimale ontwikkeling van elke jeugdige in onze gemeente. Dat geldt in het bijzonder voor de eerste levensjaren; in deze periode wordt het fundament gelegd voor het sociaal-emotioneel en cognitief functioneren. De voor- en vroegschoolse voorzieningen leveren hier een belangrijke bijdrage aan en kunnen zelfs gezien worden als preventief jeugdbeleid. Hierbij moeten we denken aan vve (voor- en vroegschoolse educatie), peuteropvang, de puzzelgroep, passend onderwijs, de taalvoorziening en de (ondersteunende) rol van de bibliotheek, Pulse, JGZ (het consultatiebureau) en het Jeugdteam. Deze nota zorgt voor een beleidsmatige integratie van verschillende initiatieven, regelingen en werkwijzen van de betrokken (uitvoerende) partijen.

Daarnaast verstrekt deze nota informatie over de manier van werken binnen de voor- en vroegschoolse voorzieningen en de rol van de gemeente hierin. Ook zijn de verschillende regelingen voor de doelgroep gebundeld. Tot slot zijn er nieuwe eisen, meer middelen en andere inzichten. Dit heeft geleid tot aanpassing van het beleid. We hebben getracht dit zo helder en overzichtelijk mogelijk te formuleren en weer te geven.

Aantal inwoners en jonge kinderen

 

 

aantal-kinderen-inwoners.jpg

1.1 Terugblik


Voor deze beleidsnota was er al vve-beleid (voor- en vroegschoolse educatiebeleid) en een regeling voor peuteropvang. Vve-beleid is ervoor om kinderen, in de leeftijd van 2,5- 7 jaar, met een achterstand extra ontwikkelingsstimulering aan te bieden; eerst op de voorschool en daarna binnen het onderwijs. De peuteropvangregeling is een subsidieregeling voor ouders die niet voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komen, maar wel willen dat hun peuter de opvang bezoekt. Om dit betaalbaar te houden, krijgen zij hiervoor subsidie.
Een belangrijke ontwikkeling is dat per 1 januari 2018 de peuterspeelzalen zijn omgevormd tot kinderdagverblijven. Dit is geregeld in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Voormalige peuterspeelzalen moesten hiermee gaan voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor kinderdagverblijven.

We zullen van voorgaande ontwikkelingen een korte terugblik geven.

Vve

Tot 2017 was er zeer uitgebreid vve-beleid. Besloten is om vanaf 2017 ons te beperken tot enkele uitgangspunten en deze onderdeel te laten zijn van een convenant. De reden hiervoor was: ‘Er is al veel wettelijk en landelijk geregeld’. De afgelopen periode hebben de uitvoerende partijen aangegeven een aantal essentiële zaken te missen. Daarom zal het vve-beleid, opgenomen in hoofdstuk 5 van deze beleidsnota, worden uitgebreid. Tevens was opgenomen dat Pulse in 2017 een groep zou afstoten aan de kinderopvang. Dit is in 2017 gebeurd. Daarbij is aangegeven dat Pulse eventueel nog een groep zou kunnen krimpen in 2018, ten gunste van de kinderopvang. Dit is, vanwege nieuwe inzichten en ontwikkelingen, (nog) niet gebeurd. Ook hier zal in hoofdstuk 5 verder op ingegaan worden.

Peuteropvang

Gemeenten ontvangen sinds mei 2016 jaarlijks gelden voor peuteropvang. Hierdoor was het mogelijk om ouders van een peuter die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag te compenseren in de kosten, zodat het voor hen aantrekkelijker zou worden om gebruik te maken van de kinderopvang. Dit sloot aan bij de wens van het gemeentebestuur. Het college heeft daarom voor deze doelgroep de peuteropvangsubsidieregeling vastgesteld. Deze regeling is op 1 mei 2017 ingegaan. Zowel de ouders, als de peuteropvangorganisaties en de gemeente zijn tevreden over deze regeling. Daarom zal deze regeling niet herzien worden. In hoofdstuk 4 zal hier verder op ingegaan worden.

Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen

Tot 2018 bestonden er twee afzonderlijke voorschoolse voorzieningen: de kinderopvang, bedoeld voor kinderen die opgevangen moesten worden als beide ouders werkten, en de peuterspeelzalen om de ontwikkeling van de peuter te stimuleren en het kind voor te bereiden op school. Het instandhouden van twee aparte voorschoolse voorzieningen was niet bevorderlijk voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de voorzieningen en de doorgaande lijn van voorschoolse voorzieningen naar het basisonderwijs. Daarom is landelijk besloten beide voorschoolse voorzieningen per 1 januari 2018 onder de Wet Kinderopvang te laten vallen. Hiermee ontstond één kwaliteitskader voor alle voorschoolse voorzieningen en één financieringsstructuur voor werkende ouders.

De harmonisatie brengt met zich mee dat:

  • Het Rijk via de kinderopvangtoeslag de opvang van alle kinderen van werkende ouders (met recht op kinderopvangtoeslag) in alle kinderopvangvoorzieningen financiert. Het is aan gemeenten om een aanbod te doen aan peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag. Vve is voor kinderen met een (risico op) achterstand en blijft de wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten.
  • De keuzevrijheid van ouders groter wordt. Omdat voor de verschillende vormen van kinderopvang dezelfde eisen en voorwaarden gelden, kunnen ouders een keuze maken op basis van de behoefte van het kind.
  • Er geen vrijwilligers meer als beroepskrachten op de groepen mogen staan.